Loondoorbetaling bij ziekte: dit zijn de zes scenario's van het kabinet
Wat ligt er op tafel en wat kun je nu al doen?
Twee jaar loon doorbetalen aan een zieke werknemer is voor veel werkgevers een van de zwaarste verplichtingen die er zijn, zeker in het mkb. Het kabinet wil die verplichting werkbaarder maken. Op 8 september 2026 stuurde minister Aartsen van Werk en Participatie de Tweede Kamer een brief met zes scenario's. Het gaat nog niet om plannen: het kabinet doet uitdrukkelijk geen voorstel, maar wil de scenario's gebruiken als basis voor het gesprek met de Kamer en de sociale partners. Wel geven ze een goed beeld van de richting waarin het debat zich beweegt. In dit artikel lees je wat er op tafel ligt, welke kanttekeningen het kabinet er zelf bij plaatst en wat je als werkgever nu al kunt doen.
Waarom stuurt het kabinet een Kamerbrief over loondoorbetaling bij ziekte?
De brief geeft invulling aan een voornemen uit het coalitieakkoord 'Aan de slag' en aan twee moties:
- de motie van Kamerlid Ceulemans (JA21) om brede scenario's te inventariseren, met bijzondere aandacht voor het mkb;
- de motie van de leden Dijk en Yeşilgöz-Zegerius over het collectiviseren van het tweede ziektejaar voor kleine werkgevers.
In het kort: zes scenario's, nog geen voorstel
Het kabinet doet uitdrukkelijk geen voorstel. De zes scenario's zijn bedoeld als basis voor het gesprek met de Tweede Kamer en de sociale partners. De huidige regels blijven voorlopig gewoon van kracht.
Hoe werkt loondoorbetaling bij ziekte op dit moment?
Loondoorbetaling bij ziekte betekent dat werkgevers een zieke werknemer gedurende 104 weken minimaal 70% van het loon moeten doorbetalen, tot aan het maximum dagloon. In het eerste jaar is dat minimaal 100% van het wettelijk minimumloon.
In de praktijk krijgt volgens de brief meer dan de helft van de werknemers in het eerste ziektejaar het volledige loon doorbetaald, vaak via cao-afspraken of andere bovenwettelijke aanvullingen. Daarnaast hebben werkgever en werknemer allebei re-integratieverplichtingen.
Volgens de brief heeft ongeveer 60% van alle werkgevers zich privaat verzekerd voor dit risico; bij ondernemers met 2 tot 50 werkzame personen is dat ongeveer 70%. Toch geeft 45% van de werkgevers aan dat de verplichtingen een belemmering vormen om mensen in vaste dienst te nemen.
Internationaal gezien is Nederland volgens de brief een uitschieter met een grote individuele verantwoordelijkheid voor werkgevers bij ziekte en de langste private loondoorbetalingsperiode ter wereld.
Rapport Wennink en IBO Wet WIA: twee verschillende adviezen over het tweede ziektejaar
Twee recente rapporten trekken een verschillende conclusie:
- Het rapport Wennink beveelt aan het tweede jaar loondoorbetaling helemaal af te schaffen.
- Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar de Wet WIA adviseert juist om de 104 weken te behouden.
Het kabinet erkent dat de verlenging naar twee jaar, samen met de re-integratieverplichtingen, effectief is gebleken om zieke werknemers weer aan het werk te helpen. Maar het stelsel knelt voor met name kleine en middelgrote werkgevers en de WIA-instroom stijgt.
De minister noemt het daarom vooral een vraag van rechtvaardigheid: is de verdeling van het risico tussen werkgever, werknemer en overheid nog in balans?
De zes scenario's voor loondoorbetaling bij ziekte op een rij
Scenario 1: minder ruimte voor bovenwettelijke aanvullingen
De meeste werknemers krijgen over twee jaar ziekte samen 170% of meer van hun jaarloon doorbetaald. Volgens het kabinet verminderen die aanvullingen de financiële prikkel om weer aan het werk te gaan, wat het verzuim en de loonkosten opdrijft. Een mogelijk scenario is daarom de ruimte voor bovenwettelijke aanvullingen te beperken.
De brief benadrukt wel dat deze afspraken vrijwillig tussen werkgevers en werknemers tot stand komen en dat dit moet worden afgewogen tegen onder meer de vrijheid van onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. Of zo'n ingreep juridisch houdbaar is, moet nog worden uitgezocht. Dat geldt overigens voor alle scenario's.
Scenario 2: de loondoorbetaling inkorten naar één of anderhalf jaar
Voor alle werkgevers zou de periode van loondoorbetaling (en de Ziektewet) teruggaan van twee jaar naar één of anderhalf jaar. De WIA-wachttijd en de ontslagmogelijkheid bij langdurige arbeidsongeschiktheid schuiven mee. Werkgevers worden wendbaarder en de directe verzuimkosten dalen.
Maar de keerzijde is fors: veel werknemers die nu in het tweede ziektejaar alsnog herstellen, zouden bij de WIA-poort komen. Het kabinet verwacht per saldo meer WIA-instroom, minder arbeidsparticipatie en een zwakkere re-integratieprikkel voor werkgevers. Omdat die hogere WIA-instroom via werkgeverspremies wordt betaald, nemen de totale kosten voor werkgevers in dit scenario juist toe.
Scenario 3: het tweede ziektejaar collectiviseren voor kleine werkgevers
Dit scenario vervangt het tweede jaar loondoorbetaling voor kleine werkgevers door een collectieve voorziening, waarbij bepaalde re-integratietaken naar UWV gaan. Het idee is niet nieuw: het stond al in een eerder regeerakkoord, maar ging in 2018 niet door omdat er in overleg met werkgevers en werknemers geen draagvlak voor bleek.
Ook hier verwacht het kabinet meer WIA-instroom, omdat de financiële prikkel voor de werkgever om in re-integratie te investeren afneemt. Bovendien wisselt de verantwoordelijkheid tussen private en publieke partijen, wat volgens de brief kan leiden tot extra toetsen en versnippering in het re-integratieproces.
Scenario 4: de loonsanctie inkorten van 52 naar 26 weken
Oordeelt UWV na twee jaar ziekte dat er re-integratiekansen zijn gemist, dan kan het nu een loonsanctie van maximaal 52 weken opleggen. In dit scenario wordt dat maximaal 26 weken, waardoor de maximale periode van loondoorbetaling 2,5 jaar wordt in plaats van 3 jaar.
Kanttekening van het kabinet
Materieel worden alleen werkgevers ontlast die niet aan hun re-integratieverplichtingen voldoen. Werkgevers die zich vol inzetten voor re-integratie hebben er in principe geen baat bij, maar betalen wel mee aan de extra collectieve uitgaven.
Scenario 5: eenvoudiger ontslag na twee jaar ziekte
Na 104 weken eindigen de loondoorbetaling en het opzegverbod, maar niet de arbeidsovereenkomst. Meestal wordt die met wederzijds goedvinden beëindigd. Kiest de werkgever voor een ontslagaanvraag bij UWV, dan moet hij nu aannemelijk maken dat herstel binnen 26 weken niet te verwachten is en dat herplaatsing in een passende functie binnen de redelijke termijn niet mogelijk is.
In dit scenario vervalt die preventieve ontslagtoets als UWV bij de RIV-toets heeft vastgesteld dat de re-integratie-inspanningen voldoende waren en er dus geen loonsanctie is opgelegd. De werkgever kan dan zelf opzeggen. Dat scheelt administratieve lasten, maar betekent minder ontslagbescherming voor een kwetsbare groep. Waren de inspanningen onvoldoende, dan blijft de huidige toets gewoon gelden.
Scenario 6: de no-riskpolis uitbreiden naar het tweede spoor
Werknemers die niet meer bij de eigen werkgever terug kunnen keren, re-integreren in het tweede spoor bij een andere werkgever, nu meestal via detachering. Door de no-riskpolis ook voor deze groep open te stellen, wordt een nieuwe werkgever mogelijk eerder over de streep getrokken om de werknemer direct in dienst te nemen. Het kabinet wil bekijken welke aanvullende maatregelen de overstap voor werknemers aantrekkelijker maken.
Welke kanttekeningen plaatst het kabinet bij de scenario's?
De brief is opvallend open over de beperkingen:
- Een aantal scenario's leidt tot extra WIA-instroom, en vanwege de achterstanden bij UWV zijn die maatregelen op korte termijn niet uitvoerbaar.
- De maatregelen kunnen ook gevolgen hebben voor private verzuimverzekeraars.
- Voor voorstellen die per saldo extra geld vragen van de rijksbegroting is op dit moment geen dekking.
Kortom: er verandert voorlopig nog niets, en welke kant het opgaat, hangt af van het politieke en maatschappelijke debat.
Knelpuntenanalyse Wet verbetering poortwachter en wetsvoorstel over het advies van de bedrijfsarts
Naast de scenario's noemt de minister een tweede spoor: een knelpuntenanalyse van de Wet verbetering poortwachter. Doel is administratieve lasten en bureaucratische belemmeringen te verminderen en de effectiviteit van re-integratie te verbeteren.
Los van deze brief ligt er bovendien al een concreet wetsvoorstel. Op 27 maart 2026 maakte de Rijksoverheid bekend dat het advies van de bedrijfsarts over wat iemand nog kan doen, leidend wordt bij de toets door UWV na twee jaar ziekte. Het wetsvoorstel is aangeboden aan de Raad van State voor advies.
De gedachte achter het wetsvoorstel
Een werkgever die het advies van de bedrijfsarts opvolgt, moet daar achteraf niet op worden afgerekend.
Wat betekenen de scenario's voor loondoorbetaling voor jou als werkgever?
Wacht niet op de politiek
Welk scenario het ook wordt, de huidige regels blijven voorlopig gewoon van kracht. Ook bij een kortere of anders gefinancierde loondoorbetaling blijft goede verzuimbegeleiding de manier om kosten en uitval te beperken. Het kabinet zegt het zelf: re-integratie bij de eigen werkgever is het vaakst succesvol.
Zet in op re-integratie, niet alleen op papier
Plan van aanpak, bijstellingen en de eerstejaarsevaluatie moet je tijdig opstellen, maar UWV kijkt bij de RIV-toets ook of de inspanningen inhoudelijk voldoende waren. Een compleet dossier is dus geen garantie. Wie de stappen tijdig zet én zich aantoonbaar inzet voor re-integratie, loopt weinig risico op een loonsanctie.
Geef daarbij concreet invulling aan het advies van de bedrijfsarts: dat advies krijgt met het aangekondigde wetsvoorstel een nog centralere rol. Kijk in de begeleiding vooral naar wat iemand nog wél kan, en ga vroeg met werkgever en werknemer samen in gesprek.
Begin op tijd met het tweede spoor
Als terugkeer in het eigen werk of bij je eigen organisatie niet haalbaar blijkt, is het verstandig het tweede spoor niet uit te stellen. Scenario 6 laat zien dat het kabinet hier kansen ziet, maar ook nu al geldt: hoe eerder je begint, hoe groter de kans op een passende plek.
Kijk kritisch naar je eigen aanvullingen
Betaal je in je cao of arbeidsvoorwaarden meer door dan het wettelijk minimum? Dan is het goed te weten dat het kabinet daar kritisch naar kijkt. Het noemt werkgevers en werknemers zelf de eerstaangewezen partijen om de kosten en effecten van bovenwettelijke aanvullingen tegen het licht te houden.
Check je verzuimverzekering
Ben je verzekerd, bekijk dan wat je polis dekt en welke voorwaarden je verzekeraar stelt aan de begeleiding. Mocht het stelsel veranderen, dan heeft dat volgens de brief mogelijk ook gevolgen voor verzekeraars, en dus voor jouw polis.
Veelgestelde vragen over de scenario's voor loondoorbetaling bij ziekte
Verandert de loondoorbetaling bij ziekte nu al?
Nee. Het kabinet doet uitdrukkelijk geen voorstel; de zes scenario's zijn een basis voor het gesprek met de Kamer en de sociale partners. De huidige regels blijven voorlopig gewoon van kracht.
Hoe lang moet een werkgever loon doorbetalen bij ziekte?
Werkgevers moeten een zieke werknemer gedurende 104 weken minimaal 70% van het loon doorbetalen, tot aan het maximum dagloon. In het eerste jaar is dat minimaal 100% van het wettelijk minimumloon.
Welke zes scenario's noemt het kabinet?
Minder ruimte voor bovenwettelijke aanvullingen, de loondoorbetaling inkorten naar één of anderhalf jaar, het tweede ziektejaar collectiviseren voor kleine werkgevers, de loonsanctie inkorten van 52 naar 26 weken, eenvoudiger ontslag na twee jaar ziekte en de no-riskpolis uitbreiden naar het tweede spoor.
Wanneer praat de Tweede Kamer over de scenario's?
Op de website van de Tweede Kamer staat bij deze brief een commissiedebat Werknemersverzekeringen gepland op 4 november 2026.
Heb je andere vragen over verzuim? Bekijk dan onze pagina met veelgestelde vragen over verzuim en arbodienstverlening.
Hoe gaat het verder met de loondoorbetaling bij ziekte?
Het kabinet wil de scenario's bespreken met de Tweede Kamer en de sociale partners. Op de website van de Tweede Kamer staat bij deze brief een commissiedebat Werknemersverzekeringen gepland op 4 november 2026. Eind 2026 informeert de minister de Kamer nader over de knelpuntenanalyse van de Wet verbetering poortwachter. Wij volgen beide sporen en houden je op de hoogte zodra er concrete keuzes worden gemaakt.
Tot die tijd geldt
De regels van de Wet verbetering poortwachter blijven onverkort van toepassing. Een zorgvuldig gevolgd re-integratietraject, met oog voor wat je werknemer nog kan, blijft de beste bescherming tegen onnodige kosten en langdurige uitval.